NetvibesLastfmPownceGoogleLinkedinTwitter

Popular reads
Report on Tangible outcomes
Short Report Internet Outcomes Complete-1
Book on Digital Skills

book

In Trouw: 27-3-2018

Het aanbod van apparaten dat via het Internet of Things (IoT) communiceert groeit erg snel. Denk aan wearables (fitness-trackers tot babysokjes), de digitale assistente, de slimme thermostaat, koelkast of televisie, of de zelfrijdende auto. Met uitzondering van de gevolgen voor onze privacy, waarover debat wordt gevoerd, zijn de verwachtingen techno-utopisch: IoT maakt ons leven gezonder, goedkoper, duurzamer, veiliger en aangenamer.
 
Dit vereist echter wel een bevolking die IoT kan gebruiken. In eerste instantie lijkt dat misschien eenvoudig. Daar waar het ‘gewone’ internet digitale vaardigheden voor het omgaan met hardware en software behoeft, zijn deze bij IoT deels overbodig. Gegevens worden op de achtergrond verwerkt en beslissingen worden genomen zonder tussenkomst van de gebruiker. Een kwestie van het apparaat aanzetten en verbinden met internet. De slimme thermostaat heeft toegang tot kalenders, bedden en auto’s en past de temperatuur automatisch aan op basis van locatie. De zelfrijdende auto vermindert onze behoefte aan rijvaardigheid omdat de auto beslissingen neemt op basis van verkeersomstandigheden.
 

In een recent artikel heb ik determinanten onderzocht van sociale supportnetwerken bij gebruik van internet. Hierbij is niet alleen gelet op de hoeveelheid hulp die iemand tot zijn of haar beschikking heeft, maar juist ook op de kwaliteit van de geboden hulp. Voor dit laatste is weinig aandacht. De studie is gebaseerd op een representatieve steekproef in Nederland. De resultaten tonen aan dat er geen grote verschillen tussen bevolkingsgroepen zijn wanneer het gaat om de hoeveelheid hulp die men tot de beschikking heeft, maar wel in de kwaliteit van de geboden hulp. De gevonden verschillen komen overeen met bestaande vormen van ongelijkheid; er geldt: ‘the rich get digitally richer’.

De bevindingen laten dus zien dat de digitale kloof zich ook manifesteert in de aanwezigheid van hulp bij het gebruik van internet. Degenen die de meeste problemen ervaren hebben ook de meeste moeite om goede hulp te vinden. Hierdoor ontstaat er een nog grotere kloof door verschillen in ondersteuning.

De meest natuurlijke oplossing om hulp te zoeken, namelijk in de directe omgeving, kan dus maar beter worden aangevuld met meer formele hulp. Zo kunnen bijvoorbeeld bibliotheken een rol spelen bij het verbeteren van internetvaardigheden. Het oplossen van een gebrek aan beschikbare ondersteuning (van hoge kwaliteit) is de verantwoordelijkheid van meerdere actoren, onder andere overheden, ICT-industrie, ICT-opleiding, arbeidsorganisaties, scholen en universiteiten, bibliotheken, openbare centra, en user support groepen.

eskills teamProject team, vlnr: Heleen Kist, Louis Spaninks, Ester van Laar, Alexander van Deursen, Jan van Dijk, Roy Osinga, Jos de Haan

De komende vier jaar ben ik projectleider in een team van twee aio's (Ester van Laar, nnb), twee hoogleraren (Jan van Dijk en Jos de Haan) en consortiumpartners (Heleen Kist, Louis Spaninks en Roy Osinga) bezighouden met e-skills voor de creatieve industrie en hoe deze verbeterd kunnen worden. Human Capital is een verzameling van vaardigheden zoals digitale geletterdheid, creativiteit, kritisch denken, probleemoplossend vermogen, communicatie en samenwerking die mensen inzetten in hun werk en belangrijk zijn voor bedrijven om innovatief en concurrerend te zijn. Hoewel informatie- en communicatietechnologie de afgelopen decennia steeds belangrijker zijn geworden, zijn de vaardigheden om hier optimaal mee om te gaan achtergebleven. Met name digitale vaardigheden – ook wel e-skills genoemd – zijn belangrijker geworden en van fundamenteel belang voor human capital. Wanneer het over de beroepsbevolking gaat, dan wordt vaak de term e-skills gebruikt, maar een eenduidige definitie is niet voor handen: het is wel een term die veel verschillende soorten en niveaus aan vaardigheden behelst. Enerzijds zijn er vaardigheden die te maken hebben met het gebruik van een medium zoals de computer (vaak ook wel knoppenkennis of technische vaardigheden genoemd), anderzijds zijn er vaardigheden die nodig zijn om met de inhoud van het medium te kunnen werken, bijvoorbeeld informatie, communicatie, content creatie, en strategische vaardigheden (ook wel hogere orde vaardigheden genoemd). Samen leveren e-skills een belangrijke bijdrage aan het gehele palet van vaardigheden die onder de noemer human capital vallen.

(original source - LsE Ellen Helsper)

Ons meest recente onderzoek zet wederom vraagtekens bij de veronderstelling dat het gebruik van het internet gunstig is voor iedereen. Veel mensen worstelen met het vertalen van internetgebruik in concrete offline voordelen.

Bereikte resultaten*
 graph-tangible-outcomes
*Het gemiddeld percentage deelnemers dat meer resultaten behaalde dan wanneer ze dezelfde activiteit zonder internet hadden ondernomen

Een voorbeeld van een tastbare resultaat is het kunnen vinden van een (betere) baan, kennisvermedering, betere relaties en interacties, lid worden van groepen of organisaties, of het verbeteren van persoonlijk welzijn. Zoals bovenstaande grafiek laat zien, leidt het uitvoeren van een bepaalde online activiteit niet automatisch tot het corresponderende resultaat. Ongeveer 50 tot 75% van de respondenten gaf aan een uitkomst te bereiken die ze zonder internet niet hadden gehad. Het lijkt alsof het bereiken van de voordelen van internet makkelijker is wanneer het economische en individuele aspecten betreft, zeker in vergelijking met culturele en sociale uitkomsten.

<iframe src="http://www.slideshare.net/projectmanagement_bbp/alexander-van-deursen" width="510" height="420" frameborder="0" marginwidth="0" marginheight="0" scrolling="no" style="border:1px solid #CCC; border-width:1px; margin-bottom:5px; max-width: 100%;" allowfullscreen> </iframe> <div style="margin-bottom:5px">

 

Uit voorgaand onderzoek weten we dat vele managers dat het niveau van eSkills van hun personeel overschatten. Reden hiervoor is dat het personeel zich wel lijkt te redden. De gedachte is dat wanneer er toch beperkingen optreden, tekortkomingen kunnen worden gerepareerd. Een grote minderheid van de managers vindt dat hun personeel onvoldoende eSkills bezit. Vaak worden dan oudere werknemers of lager opgeleiden aangewezen. Helaas is het zo dat de hulpbehoevenden het minst beschikken over hulp. Let wel, beleid gericht op eSkills zou op de hele linie van werknemers gericht moeten zijn.  

In de afgelopen jaren is er een grote verscheidenheid aan digitale vaardigheids-gerelateerde termen gebruikt (internet skills, web fluency, information literacy, online competency etc etc). Helaas was er vaak weinig overeenstemming over wat deze concepten precies betekenen. Daarnaast bleken operationele definities die we in onderzoek kunnen toepassen zeldzaam. Op basis van bestaande concepten en gerelateerde onderzoeksstromen heb ik in 2008 een aanzet gegeven voor een operationele definitie voor internetvaardigheden. Hierin worden vier soorten vaardigheden onderscheiden die samen beschouwd kunnen worden als vereiste voor regulier Internetgebruik.

imagesLJ7XSLZXMet recentelijk afgestudeerd communicatiewetenschapper Anne Grace Stegeman onderzocht ik het niveau van internetvaardigheden van Nederlandse senioren bij het gebruik van laptop en tablet. Mijn vaardigheidsraamwerk (operationeel, formeel, informatie en strategisch) diende als leidraad. De resultaten toonden aan dat het niveau van informatie en strategische internetvaardigheden van senioren relatief hoog is, in tegenstelling tot de stereotype gedachte dat senioren onhandige gebruikers van nieuwe technologieën zijn (zie ook een eerdere blog). Verder begint een steeds groter deel van de senioren zich te verdiepen in muziek, video, games en sociale media. Hierbij speelt de opkomst van mobiel internet op tablets een belangrijke rol. Wel moeten we ons afvragen of tablets en smartphones nu een vervanging of aanvulling zijn op desktop en laptop computers met meer rekenkracht en grotere schermen. Daarnaast kun je je afvragen of dergelijke apparaten internetgebruik makkelijker maken.

Zoals ik al eerder heb uitgelegd is internetvaardigheid een multidimensionaal concept. Het betreft onder andere operationele (knoppenkennis), formele (navigeren en orienteren), informatie (zoeken van informatie) en strategische (verbeteren van eigen positie) vaardigheden. Operationele vaardigheden zijn in ieder geval nodig om formele, informatie en strategische vaardigheden uit te kunnen voeren, formele vaardigheden zijn nodig om informatie en strategische vaardigheden uit te voeren, en informatie vaardigheden om aan strategische vaardigheden toe te komen. Er is dus sprake van een sterk conditioneel karakter. Maar hoe zit het dan met traditionele geletterdheid, ofwel het kunnen lezen, schrijven en begrijpen van tekst?
Untitled-2

Recentelijk berichtte het jaarverslag van de Ombudsman dat ‘er een kloof ontstaat tussen Nederlandse burgers die wel en niet goed zijn met computers’. Zoals uit onderstaande uiteenzetting zal blijken is deze constatering terecht, met de notitie dat er beter kan worden gesproken over graduele verschillen dan over een harde tweedeling zoals het woord kloof impliceert. Aspecten waarin digitale ongelijkheid zich kan manifesteren zijn motivatie en attitude, materiële toegang, vaardigheden, en het gebruik zelf. Vanuit wetenschappelijk onderzoek wordt de huidige situatie in Nederland geschetst (op basis van cijfers uit november 2013).
socialinqua

In een onderzoek dat binnenkort verschijnt in het European Journal of Communication ging ik samen met dr. Ellen Helpser (London School of Economics) op zoek naar digitale uitsluiting onder senioren in Nederland. Het is in Nederland voornamelijk nog een groepje 65+ers die nog niet online is. De belangrijkste conclusie uit het onderdoek is dat het te simplistisch is om deze groep senioren als homogeen te beschouwen, en dus het niet online zijn maar eenvoudigweg toe te schrijven aan leeftijd. Verschillende senioren hebben verschillende redenen voor het niet gebruiken van internet, en indien zij internet wel gebruiken, voor het gebruik van verschillende toepassingen.

Vandaag verscheen mijn artikel "Internet Skills, Sources of Support and Benefiting from Internet Use" in het International Journal of Human-Computer Interaction. Het onderzoek dat hierin wordt beschreven had drie doelstellingen:
1. Aan het licht brengen hoe mensen omgaan met een tekort aan internetvaardigheden
2. Communicatieve internetvaardigheden toevoegen aan het raamwerk van operationele, formele, informatie en strategische internetvaardigden
3. De rol van internetvaardigheden bij het profiteren van internetgebruik toelichten.

Op basis van de internetvaardigheid-prestatiemetingen die ik onder de Nederlandse bevolking heb uitgevoerd, ben ik met enkele afstudeerders de focus gaan leggen op het basis en middelbaar onderwijs. We waren benieuwd hoe internetvaardig deze leerlingen zijn wanneer zij worden getoetst in daadwerkelijke tests (waarin geen gebruik wordt gemaakt van vragenlijsten). De kinderen werden achter een computer geplaatst en gevraagd diverse opdrachten uit te voeren op internet. De onderwerpen van de opdrachten werden aangepast naar de belevingswereld van kinderen. De resultaten van het onderzoek zijn inmiddels verschenen in the International Journal of Communication.

Vandaag verschijnt het boek "Digital skills, unlocking the information society". Dit boek schreef ik met prof. dr. Jan van Dijk en is bedoeld voor een breed publiek, van beleidsmakers, onderwijzers, ontwerpers, tot eigenlijk iedereen die gebruik maakt van internet. Het boek is in het Engels geschreven en wordt uitgegeven door Palgrave Macmillan. Het raamwerk voor internetvaardigheden dat reeds in diverse wetenschappelijk publicaties verscheen wordt in dit boek uitgewerkt. Vaardigheden die besproken worden zijn: operationeel, formeel, informatie, communicatie, content creatie en strategisch. Dit raamwerk zal ik binnenkort verder toelichten. Naast het geven van een te meten definitie voor elk cluster van vaardigheden worden ook de niveaus besproken onder de Nederlandse bevolking. Aan bod komen de consequenties van een ongelijke verdeling van de niveaus van deze vaardigheden. Tal van adviezen worden in besproken, zowel gericht op ontwerpers als beleidsmakers die verantwoordelijk zoijn voor het aanleren van deze vaardigheden. 

Page 1 of 2

Please publish modules in offcanvas position.